Missk Missk
di 15 feb 2011
Vanmorgen op de radio een interview gehoord met Peter Vantyghem, chef cultuur van de krant De Standaard. Onderwerp van gesprek was de commentaar die Jan Decleir had op het hoestende en kuchende publiek tijdens zijn voorstelling van 'Lucifer'. Hij krijgt veel bijval van zijn collega's die zich blijkbaar collectief storen aan wat ze respectloos gedrag vinden. Verhelderend vond ik de bedenkingen van één de gebroeders Walschaerts (geen idee wie, kan iemand ze trouwens deftig uit elkaar houden?). Hij vond dat Decleir wel een punt had want dat je als acteur tijdens zo'n voorstelling 100% gefocust bent, zo sterk dat je alles opmerkt wat er in het publiek gebeurt en je er dan ook makkelijk door afgeleid kan worden. Hij gaf aan dat dit vooral vervelend is bij een jong publiek, die de goede zeden van het hele culturele gebeuren nog niet kennen, en dat ze om die reden ook niet voor dat jong publiek kiezen bij hun voorstellingen. Maar de hand in eigen boezem, voegde hij er onmiddelijk aan toe dat hij zelf in puberende toestand eens uit een toneelvoorstelling werd verwijderd wegens al te ballorig. Een voorstelling van Jan Decleir nota bene, o heerlijke ironie van het leven. Raf (of Mich dus) besloot met de gedachte dat ook 'het publiek zijn' iets is wat je moet leren. Ahaaaa, als ik het niet dacht! Ja kindjes, het is dus allemaal niet zomaar voor de lol. jullie worden opgevoed tot respectvolle, niet kuchende theatergangers en daar gaat de toekomstige generatie acteertalent ongelooflijk gelukkig mee zijn.
In die context toch wel dubbel straf wat de mensen van 'Froe Froe' (www.froefroe.be) presteren. Zij moeten voortdurend genoegen nemen met van die ettertjes. Ik hoor hen in gedachten het interview van vanmorgen al becommentariëren "ha hoesten en kuchen, als het dat maar is, wij zijn al blij als ze eens niet in hun broek doen of vragen waar kabouter Plop zit".
Op 29 januari gingen we kijken naar de voorstelling van 'Kwak (oortjes dicht en kontje toe)' op het jaarlijkse kleutertheaterfestival in Tielt. Het stuk is een vrije (ok, heel vrije) bewerking van De kikkerprins van de grebroeders Grimm. In de wereld van FroeFroe wordt het een aaneenschakeling van visuele en verbale vondsten, niet in het minst door de prachtige vertolkingen van Hilde De Baerdemaeker en Gert Dupont . Alles vond plaats op een kleine, bijna intieme oppervlakte met zo goed als geen afstand tussen spelers en publiek. Een zelfde personage komt afwisselend in beeld als grote pop, kleine pop en mens van vlees en bloed. Dat zorgt voor een licht chaotische toestand en een enorme vaart in de voorstelling. Het geeft ook weer aan hoeveel kinderen 'kunnen hebben'. Zij zijn zelf geen vragende partij van een netjes omzoomd gazon. Een kind is ongeduldig en impulsief, iets wat bij uitstek in Kwak terug te vinden is. De kindjes waren dan ook very much amused.
De voorstelling was vijf minuten ver toen een jongetje zich duidelijk hoorbaar afvroeg 'wanneer het gedaan was', tot zichtbare schaamte van de moeder (het ons allen zo vertrouwde 'een gat in de grond aub'-gevoel). Geen Hilde of Gert die het manneke bestraffend toesprak, noch volgde er enige andere vorm van onderbreking. De show went on en hoe!
















